De talentvolle leerling

De talentvolle leerling. Hoe ver gaan we om het lerarentekort terug te dringen?

Op Twitter kregen we vandaag via @heestermanhm de volgende vraag: “wat vinden jullie ervan als een schoolbestuur in het VO zijn docenten stimuleert om leerlingen waarvan zij denken dat ze een goede leraar zouden kunnen worden actief te benaderen en op de mogelijkheid van een toekomst als docent te wijzen?”

In onze optiek is een dergelijk actie vanuit het schoolbestuur pervers. Er zitten namelijk drie grote nadelen aan, je kleurt je begeleiding naar je leerlingen toe, je selecteert nog ver voor de poort en je weet als docent onvoldoende van de andere vakgebieden waar deze leerling in kan uitblinken. Laten we met punt 1 beginnen. Stel dat er in de havo 5 biologie klas een talentje zit. Iemand die je als schoolbestuur het vak van docent wel ziet uitvoeren. Dat zou betekenen dat je die informatie als bestuur verzamelt vanuit cijfers en verhalen uit tweede hand. Weinig bestuurders maken leerlingen namelijk daadwerkelijk in de klas mee. Dus op basis van verhalen en resultaten, vraag (of mogelijk zelf dring je het op) aan docenten om de leerling op het spoor van een lerarenopleiding te brengen. “Heb het er samen eens over. Of doe een leuk stukje over de opleiding bij de verrijkingsstof”. Natuurlijk kan het zijn dat de leerling in kwestie het idee van lesgeven zelf ook al had en hierdoor gemotiveerd raakt. Maar wat als dit niet zo is? In hoeverre is dergelijke inmenging en sturing prettig voor een leerling die toch al worstelt met een scala aan loopbaankeuzes? En in hoeverre is er nog vertrouwen in de loopbaanbegeleiding als docenten de leerling opzadelen met een vast beeld van wat de leerling zou kunnen doen in het onderwijs. Mogelijk heeft die leerling zijn of haar vakdocent juist heel hard nodig als stimulans om verder te gaan naar het vwo. Of juist die toegepaste biologie opleiding te doen op niveau 4, omdat het praktische zo aanspreekt. Zaken die je in de war schopt door als docent te gaan werven.

Het tweede punt is mogelijk nog verwerpelijker. Het schoolbestuur selecteert namelijk leerlingen dus al ver voor de poort van het vervolgonderwijs. Want waarop is de gedachte “zou een goede leraar kunnen worden” gestoeld? Is dat op resultaten en platte cijfers? Op karakter en houding in de les? Op nevenactiviteiten? Onderwerp van het profielwerkstuk? Bijbaantjes als oppassen, activiteitenbegeleider in sport of hobby? Misschien wel de rol van de leerling als mantelzorger. Of op de haalbaarheid van een VOG? Je vraag in feite aan je teamleden om leerlingen te selecteren en stimuleren op criteria die er voor de leerling mogelijk helemaal niet toe doen. En welk signaal geef je aan zwakkere leerlingen? Of leerlingen waarvan je weet dat zij bijvoorbeeld al eens in aanraking zijn geweest met justitie. Prima docentenmateriaal, maar nu nog even niet. Die krijgen niet de aanmoediging die ze mogelijk wel nodig hebben om zichzelf als docent te gaan zien.

Punt drie gaat vooral om je eigen expertise als docent. Natuurlijk weet je als geen ander wat er allemaal voor leuks en moois te krijgen is binnen je vakgebied. En je hebt vaak wel een idee waar leerlingen die uitblinken in je vak naar doorstromen. Maar bezit je voldoende kennis van de opleidings- en arbeidsmarkt om een leerling een richting op te sturen? Weet je wat de leerling drijft, welke aspiraties ze hebben en voor welke andere beroepen ze uitermate geschikt zouden zijn? Als het antwoord daarop nee is, zou ik met een verzoek van het bestuur doorverwijzen naar een decaan. Die kan op basis van aangevraagde gesprekken vanuit leerlingen altijd nog een batterij opties presenteren, de leerling wijzen op een lokale open dag, of een tekortberoep waar de leerling mogelijk nooit aan gedacht heeft. Maar ook dan komt eventuele sturing voort uit de vraag van de leerling. Nooit uit de docent, decaan of het bestuur.

Mag een docent zich dan helemaal niet met de loopbaan van de leerling bemoeien? Natuurlijk wel! Zolang het initiatief bij de leerling ligt. En zolang de benadering gelijk is. Die sterspeler die we allemaal docent zien worden, moet dezelfde kansen krijgen om te ontdekken of het leraarschap past, als het muurbloempje, die vaktechnisch sterk is, maar misschien sociaal nog verder moet rijpen. Als die leerlingen zich melden met diepe interesse voor je vakgebied, het leraarschap of het onderwijs in het algemeen, verwelkom ze met open armen. Laat ze een keer meelopen in een brugklas, of leg ze eens uit waar je werk nog meer uit bestaat na de laatste bel. Neem ze mee in de wereld van het onderwijs, want dan help je ze stappen vooruit in hun loopbaan. Maar laat de bal bij hun liggen. Niet bij het bestuur, niet bij jou als docent en ook niet als verzoek vanuit een teamleider of gedreven door een stuwmeer van vacatures. Gewoon niet doen. Ik denk dat intussen iedereen in het onderwijs wel weet dat het onderwijs geen ‘roeping’ is. Laten we leerlingen dus vooral niet gaan roepen.

© 2019, De Wereld Van LOB

Inspireer je netwerk met dit artikel:

preloader

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten