Werven voor topsport

Na ons blog over de talentvolle leerling en het al dan niet werven vanuit docentenrol of schoolbestuur, kregen we op Twitter een mooie vervolgvraag van @heestermanhm “Waarom mag het in dit geval niet, en wordt het in de topsport wel geaccepteerd cq toegestaan?” Ik beloofde haar daar eens in te duiken en op terug te komen.

Mijn eerste reactie was dat ik dacht dat het daar vooral leerling gestuurd is. Ik dacht namelijk direct aan de LOOT scholen, de toelating en toewijding daarvan bij leerlingen en hetgeen ze ‘opzeggen’ door zo actief met hun sport bezig te zijn. De motivatiebrieven die ze moeten schrijven, het inhalen van lessen en het gebrek aan sociaal contact met klasgenoten, vooral als je veel er ver moet trainen.

Toch bleek die eerste reactie te kort door de bocht. Een leerling met een topsportstatus moet die status verdienen.[1] Elke sportbond heeft criteria die samenkomen in een talentenprofiel. Dat geeft een verband aan tussen de leeftijd van de sporter, de trainingen en resultaten. Voldoet een leerling aan dat profiel, dan draagt de sportbond het talent aan bij de NOC-NSF voor een topsportstatus. Daar zijn dan vier gradaties in, die een leerling via een LOOT school kan verzilveren. Het verkrijgen van een topsportstatus, komt dus niet geheel uit de leerling zelf, hij of zij kan een dergelijke status niet zelf aanvragen of zonder tussenkomst van een sportbond verkrijgen.

Zodra een leerling een topsportstatus heeft, is er mogelijkheid tot het verminderen van schooluren binnen het VO, het volgen van een aangepast rooster, aangepast profiel[2] of vakkenpakket en een uitgeklede versie van bepaalde vakken. Daar gaan als loopbaanbegeleider mijn nekharen van overeind staan. Vooral omdat een leerling jaarlijks zijn status moet verlengen. Een slecht jaar, ‘teveel’ focus op school of een pittige blessure kunnen die status verlagen of zelfs opheffen. In dat geval zit de leerling met een te magere basis vergeleken met klas/studiegenoten. Daarbij komt dat het verlies van de topsportstatus voor leerlingen een emotioneel verlies kan zijn, niet alleen door het niet behalen van sportdoelen, maar ook door het missen van contact met teamgenoten, medesporters en wedstrijden.

Uit een onderzoek van Stella Blom en Paul Duijvenstijn[3] blijkt dat leerlingen met een topsportstatus liever werken aan een doorlopende sportlijn, dan een doorlopende leerlijn. Dat wil zeggen dat ze in hun studiekeuze rekening houden met de mogelijkheden van de vervolgschool, de flexibiliteit van de opleiding en in het geval van hoger- en wetenschappelijk onderwijs zelfs met de vergoedingen die onderwijsinstituten talenten bieden. Met andere woorden, hun loopbaan start niet vanuit een brede kennis  zelfbeeld, motivatie en interesse, maar vanuit de mogelijkheid groot te worden in de sport. Uiteraard ontlenen gemotiveerde topsporters hun zelfbeeld en interesse uit de sport en hun motivatie uit de sport, maar er lijkt onvoldoende aandacht voor de maatschappelijke carrière na de sportloopbaan. Zo kiezen veel sporters voor een sportopleiding, met het risico op overbelasting, of gaan ze voor een opleiding onder hun niveau zodat schoolwerk niet te lijden heeft onder het trainen.

Wat mij opvalt in het onderzoek, de website van de stichting LOOT en de websites van de verschillende LOOT scholen in Nederland, is dat het uitgangspunt geld is. Wat kan een sporter verdienen in zijn of haar carrière, is dat voldoende om een leven mee op te bouwen, of moet er iets “naast”? Ik vermoed dat daar ook de drijfveer zit in waarom pushen of sturen van leerlingen in de topsport gebruikelijker is dan in andere takken van talentontwikkeling. De toestemming zit hem er hier denk ik vooral in dat een leerling denkt en hoopt de top te behalen en door de sportbonden hier in gestimuleerd wordt. Na het lezen van het onderzoek, de aanpassingen die deze leerlingen (mogen) maken in hun schoolloopbaan en het gebrek aan intensieve begeleiding op het ‘reguliere’ loopbaanvlak, blijf ik van mening dat sturing nooit een goed idee is. Een leerling mag nog zo’n mega talent zijn op het voetbalveld, de judomat of de ringen, een keuze kun je pas maken als je het hele plaatje compleet hebt. Dus weet hoeveel kans er is om in jouw sport de top te bereiken. Weet hoeveel PR, sponsordeals, bijkomende activiteiten er komen kijken bij die top, weten of ook die aspecten bij je passen en je ook weet wat je laat liggen. Op het vlak van onderwijs, werk, sociale contacten en ontspanning.

Is dat reëel voor een 12 of 13 jarige topper? Nee. Maar is het reëel dat we deze talenten een carrière als van Persie voorhouden? Of als Zonderland? Kramer? Ik zou er dus voor pleiten minder te sturen, te pushen en te willen. Bij dit hele verhaal moet ik namelijk heel sterk aan Inkson[4] denken die een loopbaan onder andere als erfenis typeert. In hoeverre zijn topsporters echt intrinsiek gemotiveerd en in hoeverre worden ze door de omgeving vooral gestimuleerd om dromen van anderen waar te maken? En spelen ze in feite de loopbaandromen van pap, mam, opa of oma uit? Topsport als erfenis…

© 2019, De Wereld Van LOB

bronnen:

[1] website stichting loot, faq (link)

[2] website stichting loot, speciale faciliteiten op een topsport talentschool (link)

[3] website leraar24, knelpunten combineren van topsport met studie (link)

[4] Inkson, Kerr, Understanding Careers, The Metaphors of Working Lives, 2006 Sage Publications Inc.

 

Inspireer je netwerk met dit artikel:

preloader

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten